"Vrouwen met kleine borsten geven minder melk". 15 fabels over borstvoeding! - My Name Is Mama

“Vrouwen met kleine borsten geven minder melk”. 15 fabels over borstvoeding! Baby & Kind

Er bestaan enorm veel misverstanden rondom borstvoeding. Erg vervelend want je kan er al behoorlijk onzeker over worden, vooral omdat iedereen wel een mening heeft en er legio mensen zijn die je wel even wat goedbedoelde ‘tips’ en ‘adviezen’ willen geven. We helderen de volgende 15 fabels in ieder geval even voor je op.

1. Als je borstvoeding geeft ben je niet vruchtbaar.
Hoewel borstvoeding in de eerste 6 maanden als een betrouwbaar anticonceptie middel wordt gezien (mits je om de 2 uur voedt), is het absoluut niet zo dat je niet vruchtbaar bent. Ik ken persoonlijk iemand die in deze fabel geloofde en slechts 11 maanden heeft zitten tussen 2 van haar kinderen. Na 6 maanden wordt borstvoeding als anticonceptiemiddel overigens een stuk minder betrouwbaar.

2. Zolang je borstvoeding geeft kun je niet aan de pil.
Het is niet nodig om je zorgen te maken over de hormonen die je kindje zal binnenkrijgen van de pil wanneer jij borstvoeding geeft. Vrouwelijke hormonen krijgt hij namelijk sowieso binnen door de moedermelk. Wat echter wel zou kunnen (maar dit is alleen het geval bij een pil die oestrogeen bevat) is dat de melkproductie terug loopt. Di is op zich geen probleem omdat de meeste vrouwen meer dan voldoende produceren, maar een kindje wat een snelle toestroom van melk gewend is kan wel onrustiger worden tijdens het voeden. Mocht je een pil willen gebruiken, kies er dan eentje met enkel progesteron

3. Borstvoeding en kunstvoeding kun je niet combineren.
Er is geen enkele reden waarom dit niet zou kunnen. Mocht je om wat voor een reden dan ook denken dat het nodig is om je kindje bij te voeden met kunstvoeding, vraag dan een lactatiekundige om advies. Soms kan er een oplossing worden gevonden waardoor je toch geen kunstvoeding hoeft te gebruiken.

Lees ook: Borstvoeding in het openbaar? 5 tips om problemen te voorkomen!

4. Je borsten worden slap als je borstvoeding geeft.
Helaas dames, niet borstvoeding maar de zwangerschap zorgt voor slappe borsten, dit komt door hormonale veranderingen. Na de bevalling ontstaat er stuwing (meestal rond de derde dag) dit komt door een grote toestroom van lymfevocht en bloed naar het klierweefsel in de borst. Wanneer je geen borstvoeding gaat geven (of na enige tijd stopt met borstvoeding) slinkt het klierweefsel weer. Vaak is er dan ook wat vetweefsel in de borst verdwenen waardoor de borsten slapper en zachter aanvoelen. Na loop van tijd vult de borst zich weer met vetweefsel, dit is echter wel een proces waar maanden over heen gaat.

5. Als je borstvoeding geeft moet je goed letten op wat je eet.
Dit is slechts deels waar. Een moeder die haar kindje moedermelk geeft moet er natuurlijk voor zorgen dat ze evenwichtig eet. Maar het is niet zo dat zij per definitie gekruid eten of bijvoorbeeld kool moet vermijden.

6. Je moet meer drinken om voldoende borstvoeding te kunnen geven.
Net als ieder ander moeten moeders die borstvoeding geven gewoon drinken wanneer zij dorst hebben. Het is niet zo dat zij specifiek meer moeten drinken om hun productie optimaal te houden.

7. Vrouwen die een borstvergroting of – verkleining hebben gehad kunnen geen borstvoeding geven.
Dit is slecht deels waar. Sommige vrouwen waarbij de incisie in of om de tepel is gemaakt kunnen moeite hebben met de melkproductie. Er is echter geen enkel bewijs dat borstimplantaten een schadelijk effect hebben op de baby. Wel is het zo dat vrouwen die een borstverkleining hebben gehad vaker moeite hebben met het geven van borstvoeding. Voor hen is het raadzaam om vroegtijdig een lactatiekundige om tips te vragen.

8. Als je ingetrokken of vlakke tepels hebt kun je geen borstvoeding geven.
Ook vrouwen die geen uitstekende tepels hebben kunnen borstvoeding geven, een baby kan echter wel wat meer moeite hebben om de borst te pakken. Vaak kun je met behulp van een lactatiekundige al heel snel op een goede manier voeden.

9. Borstvoeding geven hoort pijn te doen.
Absoluut niet! Gevoeligheid en pijn kan zeker ervaren worden in de eerste paar dagen maar zou daarna echt over moeten gaan. Vaak is de pijn te wijten aan een onjuiste aanleg techniek. Laat je daarom in het geval van gevoeligheid of pijn goed begeleiden door (jaja, daar komt ze weer!) een lactatiekundige, zij kan je helpen met het aanleren van de juiste aanlegtechniek.

Lees ook: Ik gaf borstvoeding uit de fles, maar voelde me er ongemakkelijk bij.

10. Voor iedere voeding moeten de tepels gereinigd worden.
Dit is totaal onnodig, en zelfs zonde van de beschermende oliën die op de tepel zitten. Wanneer je voeding met de fles geeft is het echter wel noodzakelijk om de flessen en de spenen goed te reinigen tussen de voedingen door, dit omdat bacteriën de voeding gemakkelijk kunnen verontreinigen. Daarnaast beschermt kunstvoeding ,in tegenstelling tot moedermelk, niet tegen infecties.

11. Als je kolft kan je zien hoeveel melk je kindje uit je borst drinkt.
Kolven en direct voeden zijn twee verschillende technieken. Als jouw kindje een goede drinktechniek heeft kan hij op die manier veel meer melk uit de borst halen dan dat je zou kunnen kolven. Kolven is in dit geval dus alleen handig zodat je kan zien dat je kindje voldoende voeding heeft binnen gekregen (als je hier over twijfelt).

12. Tegenwoordig is kunstvoeding bijna net zo goed als moedermelk.*
Kunstvoeding is niet te vergelijken met moedermelk. Uiteraard bevat het de nodige bouwstoffen en laat het je kindje groeien, maar kunstvoeding bevat veel meer aluminium, lood, cadmium, magnesium en ijzer dan moedermelk. Ook de eiwitten zijn van een andere samenstelling. Daarnaast ontbreekt het aan levende cellen, enzymen, hormonen en antistoffen. Moedermelk past zich aan op de behoefte van een kindje (het groeit als het ware met het kindje mee), kunstvoeding daarentegen is gemaakt voor de massa en is dus voor geen enkel kindje op maat. In feite is kunstvoeding een onvolledige kopie van moedermelk.

13. Heel veel vrouwen kunnen geen borstvoeding geven, omdat ze te weinig melk produceren.
Minder dan 1 op de 1000 vrouwen geeft onvoldoende melk om borstvoeding te kunnen geven. Veel vaker komt het voor dat een kindje toch onvoldoende groeit met borstvoeding om de simpele reden dat het te weinig uit de borst krijgt. In de meeste gevallen is een onjuiste aanleg techniek hiervan de oorzaak. Het is daarom van belang dat je direct leert hoe je op de juiste manier aanlegt om je kindje optimaal te kunnen voeden met jouw moedermelk.

14. Als je moeder geen borstvoeding kon geven, kan jij dit waarschijnlijk ook niet.
Complete onzin. Het niet kunnen geven van borstvoeding heeft vaak te maken met onvoldoende ondersteuning en/of begeleiding niet met erfelijkheid.

15. Vrouwen die borstvoeding geven en weer zwanger raken moeten stoppen met het geven van borstvoeding.
Er is geen enkele indicatie waarom dit zou moeten. Wat wel het geval kan zijn is dat de melkproductie terug loopt en het borstgevoedde kind te weinig moedermelk meer krijgt. Dit kun je uiteraard opvangen met andere voeding (groente, fruit etc).

 

*Dit is absoluut geen verwijt naar moeders die hun kindje om welke reden dan ook wel kunstvoeding aanbieden. Het is slechts het benoemen van het verschil en het ontkrachten van de genoemde stelling.

Lees ook de andere artikelen op My Name Is Mama.

 

Bron: Borstvoeding.com

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om volledig gebruik te maken van alle functionaliteit op deze website dient u cookies toe te staan. Meer informatie.

Cookies op deze website staan standaard uit. Om volledig gebruik te maken van deze website dient u cookies te accepteren door in de banner op "Toestaan" te drukken. Hier kunt u meer informatie vinden over ons Privacy- en Cookiebeleid.

Sluiten